Het huidige onderwijsaanbod van de scholen richt zich op verschillende aspecten van de techniek, met een focus op vakmanschap. Het aanbod is goed te noemen voor de huidige technieken en onderwerpen.

Er is echter een impuls nodig op het gebied van nieuwe technieken en apparatuur. Aangezien de innovaties in de techniek razendsnel gaan, gaan de samenwerkende scholen niet alleen het huidige onderwijsaanbod updaten, maar ook samen met het bedrijfsleven een aanpak ontwikkelen voor het volgen en implementeren van nieuwe technieken in het aanbod, zodat het ook in de toekomst up to date blijft. Dit betekent dat er een sterke kennisdeling met het bedrijfsleven ontstaat en dat de partners (zowel onderwijs als bedrijfsleven) continu sensitief zijn op ontwikkelingen (middels periodiek onderzoek) en samen nadenken hoe deze in het onderwijs gebracht worden.

Daarnaast wil de regio het aanbod van doorlopende leerlijnen vanuit het vmbo naar het mbo niet alleen borgen en (door)ontwikkelen maar ook uitbreiden, met name naar niveau 4. De nieuwe doorlopende leerlijnen zijn: Smart Technology (niveau 4), Maritiem & Techniek (niveau 2/3), BWI (niveau 2/3/4), Infra (niveau 2/3) en zorgtechnologie (niveau 3/4). Hier is vanuit het bedrijfsleven veel vraag naar en het is dan ook zaak om hier in het vmbo al mogelijkheden voor te bieden. Deze doorlopende leerlijnen worden onder andere gecreëerd middels keuzevakken, modules en opdrachten en er zal nauwe afstemming plaatsvinden met de betrokken mbo’s en regionale bedrijven. De (v)mbo-scholen gaan gericht aan de slag met het afstemmen, onderzoeken en ontwikkelen van nieuw onderwijsaanbod op niveau 4. Doel is om een dekkend aanbod te creëren op alle niveaus, afgestemd op de behoeften van de arbeidsmarkt.

Daarnaast gaan het Gilde Vakcollege Techniek en Willem van Oranje College aan de slag met het evalueren en doorontwikkelen van de huidige doorlopende leerlijnen BWI, PIE en M&T. Het Omnia sluit hierbij aan in de ontwikkeling van een doorlopende BWI, samen met het Da Vinci College. De scholen delen hun ervaringen met de andere partners. Bij het ontwikkelen van huidige doorlopende lijnen is bijvoorbeeld gebleken dat een goede communicatie en onderlinge afstemming tussen het mbo en de vmbo-school zeer belangrijk zijn. Het is daarom van belang om in dit STO-project docenten en leidinggevenden bij het (door)ontwikkelen van de huidige doorlopende leerlijnen en het opzetten van de nieuwe doorlopende leerlijnen voldoende tijd te geven om elkaar te ontmoeten en van elkaar te leren. Dit wordt gefaciliteerd door docent-ontwikkelaars van de verschillende vmbo’s, maar ook mbo-docenten in de werkgroep samen te brengen.