De samenwerkende scholen brengen de basis van hun onderwijs op orde. Dit houdt in dat zij de juiste randvoorwaarden creëren om kwalitatief goed onderwijs te geven.

Deze randvoorwaarden hebben betrekking op de faciliteiten en het implementeren van nieuwe technieken en innovaties, de hoeveelheid begeleiding in de klas, voldoende gekwalificeerde docenten en begeleiding, de samenwerking met het bedrijfsleven en het verkleinen van de eigen bijdrage voor leerlingen.

Wat betreft de faciliteiten werken de scholen momenteel veelal met verouderde lokalen, materialen en apparatuur. Daarnaast heeft een aantal scholen onvoldoende geschikte praktijkruimtes tot hun beschikking voor het leerlingenaantal dat zij bedienen. De scholen gaan daarom gezamenlijk voldoende techniekfaciliteiten in de regio realiseren. Dit houdt in dat elke school goed uitgeruste techniekfaciliteiten realiseert, met innovatieve technieken, machines en apparatuur. Daarnaast richt men zich op de benodigdheden om veilig te kunnen werken met leerlingen. Verder dienen de lokalen een frisse en aantrekkelijke uitstraling te hebben, zodat meer leerlingen (met name ook meisjes!) naar de techniek getrokken worden. De scholen doen hiervoor een gezamenlijke verkenning (denktank huisvesting/inrichting) en stellen een faciliteitenplan op. Het Gilde Vakcollege Techniek heeft het meest nijpende tekort aan lokalen en is acuut op zoek naar oplossingen. Dit houdt in dat zij eerst een korte termijnoplossing zoeken in de vorm van een dependance-achtige constructie. Op de langere termijn zoeken de scholen een gezamenlijke structurele oplossing. De vorming van een Regionale Beroepen- en Innovatiecampus (RBIC), waarvoor momenteel de planontwikkeling gaande is, is hiervoor een mogelijkheid. Hierin wordt makkelijker gezamenlijk ingespeeld worden op toekomstige innovaties en de uitrusting die daarvoor nodig is.

Een tweede randvoorwaarde is ‘meer handen voor de klas’, op basis van de richtlijnen van VOION. Dit is nodig om veilig te werken in de praktijklokalen en zorgt ervoor dat leerlingen meer en beter begeleid worden in verschillende stadia van hun leerproces. Meer maatwerk zorgt voor meer dynamiek en inspirerend onderwijs. Dit houdt ook in dat er voldoende deskundige begeleiding beschikbaar moet zijn om de leerlingen te begeleiden. Daarom wordt ingezet op het werven en benoemen van onderwijsassistenten, (hybride) docenten en instructeurs.

Verder wordt de samenwerking en kennisdeling met het bedrijfsleven versterkt en geborgd, zodat er continue afstemming en kennis is over de rol van innovatieve technieken in het onderwijs. Hiervoor ontwikkelen de scholen een pr- en communicatieplan. De scholen leren van elkaars best practices om de samenwerking met het bedrijfsleven (door) te ontwikkelen. Tot slot willen de scholen dat het technisch vmbo voor iedereen toegankelijk is, door het wegnemen van een eventuele financiële drempel. De scholen zetten gezamenlijk met het bedrijfsleven een financieringsmodel op zodat er aan ouders geen of slechts een kleine vergoeding voor de benodigde vakkleding, schoenen en gereedschappen gevraagd wordt (o.a middels sponsoring, korting, inkoopvoordelen). De scholen willen hiermee de drempel om voor techniek te kiezen, verlagen, zodat er meer leerlingen instromen.